Aangenaam bejaard aan de Costa Tropical

 

In het oude deel van Salobreña in Spanje wordt elke avond rond 7 uur een groepje bejaarde vrouwen naar het pleintje voor het voormalig gemeentehuis gebracht. Door één of twee dochters en soms door een zoon. Een prachtig beeld als ze één voor één voetje voor voetje aankomen. Soms bijna letterlijk hangend tussen twee dochters en soms achter een rollator, die door zoonlief tegengehouden moet worden om te voorkomen dat hij te snel van de helling naar het pleintje rolt. Met dan rampzalige gevolgen voor moeder uiteraard.

 

Op het pleintje aangekomen worden de dames op een bankje of een tuinstoel gezet. Ze zitten daar en praten wat. Een enkeling zwijgt, waarschijnlijk omdat ze niet veel meer hoort en soms schuift iemand van de jongere generaties even aan. Kinderen spelen eromheen. Om half 10 worden ze weer opgehaald, want dan moet er gegeten worden in Spanje.

In het weekend gebeurt op het strand hetzelfde. Hoog bejaarde ouders worden gewoon meegenomen en slaan vanonder een aantal zorgvuldig opgestelde parasols het leven aan het strand gade.

En af en toe opkijkend van de roman Winter in Glosterhuis van Vonne van der Meer, sloeg ik hen weer gade.

 

De tegenstelling tussen het verhaal in deze roman en de taferelen in Salobreña kan bijna niet groter. Vonne van der Meer neemt een stap in de tijd en plaatst haar verhaal in 2024. De klaar-met-leven-wet is een feit en twee broers erven een fortuin met de opdracht van hun vader er iets goeds mee te doen. De één begint een vaarwel-hotel, waar mensen in een luxe omgeving goed verzorgd kunnen sterven. De ander begint in de buurt van zijn broer een hotel waar mensen, die toch op het laatste moment twijfelen aan hun doodswens, terecht kunnen en kunnen blijven zolang ze zich thuis voelen.

Eén van de spijtoptanten – een bejaarde vrouw - beschrijft hoe ze in haar woonplaats alleen op een terras zat met een kopje koffie. Terwijl ze daar zat werden alle stoelen aan haar tafel - en op enig moment zelfs de tafel - door anderen rond haar weggehaald. En ze durfde ze niet voor zichzelf op te eisen. Ze voelde zich uiteindelijk zo gemarginaliseerd in het leven dat ze tot de conclusie kwam dat het beter zou zijn uit het leven te verdwijnen.

De broer met het vaarwel-hotel is aanzienlijk succesvoller dan de broer met het hotel voor spijtoptanten. Een beklemmend gegeven. Euthanasie in eenzaamheid als handelswijze, die veel vaker voorkomt dan de dood afwachten te midden van mensen die voor je kunnen en willen zorgen.

 

Terug in Nederland val ik midden in de orgaandonatie-discussie. Ik begrijp dat het D66 is gelukt een wetsvoorstel door de Tweede Kamer te loodsen, dat regelt dat ik het expliciet moet aangeven als ik mijn organen niet af wens te staan. Want als ik dat niet doe heeft de staat in principe het recht mijn organen voor goede werken aan mijn medemens in te zetten. Opnieuw een beklemmend gegeven. Ik doneer niet meer vrijwillig, maar mijn organen kunnen worden geconfisqueerd, als ik niks doe.

 

Zou het zover kunnen komen dat ik me in 2034 – ik hoop dan bejaard te zijn – genoodzaakt voel af te reizen naar een vaarwel-hotel, waar ik op comfortabele wijze uit het leven geholpen word. En waar mijn lichaam vervolgens door een arts in een discrete kliniek naast het hotel ontdaan wordt van voor anderen nog bruikbare onderdelen?

Ik hoop het niet! Ik ben bereid mijn organen te doneren en ik zie dat de mogelijkheid tot euthanasie in voorkomende gevallen een zegen kan zijn, maar ík hoop op een oude dag als die van de bejaarde dames in Salobreña. En ik hoop op een sterfbed te midden van dierbaren, die in mijn geest en in door hen gevoelde vrijheid kunnen besluiten of en zo ja, welke van mijn organen zíj willen doneren.

Deel dit bericht

Submit to FacebookSubmit to LinkedIn
nlen